Herman den Blijker schraapte als kind kauwgom van straat om erbij te horen

In het televisieprogramma Sanders Gerse Gasten vertelt een bijzonder openhartige Herman den Blijker over zijn jeugdjaren. De Rotterdamse topkok groeide op in relatieve armoede.

"Ik had één paar schoenen", vertelt 'Herrie', staand in Rotterdam-Charlois waar hij opgroeide. "Dat waren goedkope exemplaren, die binnen no time versleten waren. Dan vielen de gaten erin. De rest van het jaar liep ik met plastic zakken en proppen in mijn schoenen."

Den Blijker heeft er naar eigen zeggen een schoenentic aan overgehouden. "Ik gooi nooit schoenen weg. Dat kan ik niet. Ik heb thuis meer dan zeventig paar staan."

Snoepjes stelen

Op de vraag waaraan hij als kind nog meer kon merken dat zijn ouders niet veel geld hadden, diept de markante Rotterdammer een hilarische anekdote op.

"Er was geen geld voor snoep, dus dat ging ik met vriendjes bij het plaatselijke winkeltje stelen. Dan trokken we kaplaarzen aan; één vriendje leidde de winkelier af en wij propten zo veel mogelijk snoepies in onze laarzen. Als we dan naar buiten kuierden, dacht die winkelier: 'Wat lopen die gasten raar. Er klopt iets niet.' Haha, we werden altijd gesnapt."

De kinderen die op het schoolplein kauwgom hadden, waren volgens Herman 'de binkies'. "Als je kauwgom had, dan was je gers. Het klinkt misschien bizar, maar ik schraapte oude plakken kauwgom van straat. Dat stopte ik dan gewoon in mijn mond. Dan was ik ook gers."

Passie bij het 'toekannetje'

School bleek niet Den Blijker zijn ding. Al op jonge leeftijd begon hij te werken bij Van der Valk-restaurant Plaswijck. "Ik had helemaal niet het idee: ik wil kok worden. Het is eigenlijk per toeval gegaan. Er was een plek vrij in de bediening bij het toekannetje Plaswijck. Daar serveerde ik voor 1,25 gulden per uur de gerechten uit."

"Niet veel later kwam ik in de keuken terecht", vervolgt hij. "Dat vond ik helemaal geweldig. Die koks stonden daar te vlammen en een hele rij obers stond dan te wachten op de gebakken tongen en andere gerechten. Hier is mijn passie voor koken ontstaan. In de keuken voelde ik me meteen op mijn plaats. Hier bij Van der Valk is het allemaal begonnen."

Kokszaad

Twaalf jaar geleden veranderde het leven van Herman met de geboorte van zijn zoontje Matz. "Dat was een complete verrassing. Volgens de dokters was het godsonmogelijk dat ik mezelf zou reproduceren. Ik bleek zogenoemd kokszaad te hebben. Dat is een kwaal die bij veel koks voorkomt, omdat wij in de keuken vroeger elke dag met onze edele delen ter hoogte van de warme oventjes stonden. Maar wonderwel bleek mijn vrouw Jacqueline op een dag zwanger."

De zwangerschap ging echter niet van een leien dakje. Tijdens de bevalling traden ernstige complicaties op. Een heel heftige bevalling volgde. "Het was kantje boord", vertelt Herman aan presentator Sander de Kramer bij het Sophia Kinderziekenhuis. "Ik ben echt bang geweest om Jacq te verliezen. Ze hebben onze zoon er letterlijk uit moeten trekken. Als ik daaraan terugdenk... Maar wat zijn we blij met Matz. Het is mijn grote vriend!"

Deel dit artikel: